Nieuwe inzichten in de energiehuishouding en zuur-base balans van bovenbeenspier van de mens tijdens natuurlijke voortbewegingsinspanning
Dr Jeroen A.L. Jeneson
Fysiologie, Universiteit Utrecht


Eindelijk is er betrouwbare informatie over de energie huishouding en zuur-base balans van de bovenbeenspier van de mens tijdens uitputtende natuurlijke voortbewegingsinspanning (NVBWI) (hiermee wordt bedoeld de cyclische, alternerende beweging van beide benen waardoor de mens zich verplaatst). In the FASEB Journal van juni 2004 rapporteren Dr Jeroen Jeneson, biochemicus en fysioloog verbonden aan de Universiteit Utrecht, en Drs Frank Bruggeman, mathematisch-bioloog verbonden aan de Vrije Universiteit, de allereerste non-invasieve (31PMRS) metingen aan en analyse van de energie huishouding en zuur-base balans van bovenbeenspier van de mens tijdens trapsgewijs-opgevoerde, uitputtende NVBWI in een MRI scanner ooit (Volkskrant 19 juni 2004). Twee belangrijke, algemeen geaccepteerde inzichten in de inspannings-fysiologie worden door deze nieuwe informatie nu achterhaald:

(i) het aloude (populair-)wetenschappelijke dogma dat energetische uitputting van een spier altijd gepaard gaat met sterke verzuring van de spier (eerste formulering reeds in 1910). Dit geldt niet voor NVBWI.
(ii) het recenter-geformuleerde inzicht dat een spier snel (d.w.z. reeds bij lage belasting) door een groot deel van zijn zuurstof en energie heenraakt (Wagner groep, 1996). Dit geldt eveneens niet voor NVBWI.

Beide, nu achterhaalde, inzichten kwamen voort uit ofwel onbetrouwbare (want invasieve) metingen aan bovenbeenspieren tijdens fiets-inspanning, danwel non-invasieve (31P MRS) metingen aan arm of beenspieren tijdens beweging van slechts één spiergroep. Ongelukkigerwijs gaven beide metingen toevallig vergelijkbare resultaten, en vormden inspanningsfysiologen zich op basis hiervan hetzelfde, verkeerde beeld over de toestand van bovenbeenspieren tijdens NVBWI bij de mens. De verklaring voor de ‘ontdekte’ unieke robuustheid van de (chemische) toestand van bovenbeenspier tijdens NVBWI moet, volgens de onderzoekers, gezocht worden in een betere activering tijdens NVBWI van de ‘hart-long machine’ van de mens, die nodig is voor aanvoer van zuurstof naar- en afvoer van kooldioxide en melkzuur uit de actieve spier, dan voor welke andere spieractiviteit in de mens dan ook.

Deze dramatische bijstelling van onze kennis over de bovenbeenspier-chemie en - fysiologie tijdens NVBWI kan van grote betekenis zijn voor de begeleiding van topsporters: allereerst betekent het dat een inspanningsfysioloog niet altijd een uitspraak kan doen over de chemische toestand van de beenspieren (energie inhoud en zuurgraad) op basis van kooldioxide- en melkzuur metingen in bloed. Tijdens het door Jeneson en Bruggeman bestudeerde NVBWI protocol (liggend trappen, 60 rpm) was dit bijvoorbeeld het geval. Het nut van deze simpele bloedmetingen wordt hierdoor beperkt. Omgekeerd is het zo dat hier wellicht ook winst te halen is: de chemische toestand van de beenspieren tijdens inspanning kan misschien veel robuuster zijn, of is misschien robuuster te maken, dan tot nu toe voor allerlei bewegingen werd gedacht op grond van de heersende (maar voor NVBWI inmiddels achterhaalde) inzichten.

Dit laatste zal geobjectiveerd moeten worden voor iedere manier van voortbewegen. Hierbij moet gedacht worden aan eventuele herziening van de lichaamshouding en bewegingscyclus wat betreft het beste compromis tussen afzet enerzijds en ontspanning anderszijds voor iedere voortbewegings-manier en -prestatie (i.e., af te leggen afstand) tegen de achtergrond van deze nieuwe kennis over het vermogen tot beinvloeding van de (chemische) toestand van de spier door de ‘hart-long machine’ van de mens. De nadruk ligt hierbij niet zozeer op het voorkomen van spierverzuring, als wel het voorkomen van vroegtijdige energie depletie van de beenspieren. Dit laatste beperkt namelijk in ernstige mate de aanstuurbaarheid van krachtlevering door de spieren (en niet zozeer de krachtlevering zelf) doordat de moleculaire machinerie van de spiercel die deze aanstuurbaarheid herstelt na krachtlevering (= ionenpompen), niet meer adequaat functioneert bij een lage energie inhoud van de spier. En een verminderde aanstuurbaarheid van een spier (‘excitation-contraction failure’) wordt algemeen gezien als dé belangrijkste oorzaak van krachtsverlies tijdens korte- tot -middellange belastingsduur.

Verder onderzoek is nodig om er achter te komen of er dergelijke ruimte bestaat voor prestatie verbetering voor de verschillende disciplines van voortbewegen in topsport, zoals schaatsen. De input van coaches en sporters is hierbij onontbeerlijk.

Print deze pagina