APPLICATIE 26 SEPTEMBER 2009

Zaterdag 26 september was een dag met vier heel interessante presentaties. Jammer dat er relatief weinig (aankomende) marathontrainers aanwezig waren, want de presentatie van Anjo Hofman gaf een goede uiteenzetting wat er zoal bij de organisatie van een marathonploeg komt kijken en wat je eigen rol daarbij kan zijn.

De dag begon met een onderzoeksproject uitgevoerd in Calgary dat twee jaar lang geheim gehouden moest worden. Nu mag erover gepubliceerd en gesproken worden. Michiel Punt en Diederick Post Uiterweer begonnen hun onderzoek op basis van de vraag: tijdens het squaten is het voor veel mensen fijn om met hun hak op een verhoging te staan; je kunt dan wat dieper zitten. Hebben de schaatsfabrikanten (onbewust) voor het optimale verschil tussen hakhoogte en voorvoethoogte gekozen? Wellicht helpt het om de hak één of enkele millimeters te verhogen: waarschijnlijk kun je dan een diepere zit halen. Michiel Punt heeft zijn onderzoeksproject en zijn resultaten aan ons getoond.

Vervolgens presenteerde Erik Driessen zijn afstudeeropdracht industrieel ontwerpen. Op basis van de literatuur en gesprekken met Marnix ten Kortenaar heeft hij instrumenten ontworpen waarmee op een kwantitatieve manier de kwaliteit van de afzet gemeten kan worden. Een zogenaamde feedback schaats. De instrumenten geven feedback over de kwaliteit van de afzet, welk vermogen de schaatser op het rechte eind levert, welk vermogen in de bocht, en of de kracht vanaf de hiel komt of van de voorvoet. Gecombineerd met de hartslag kunnen er dan ook uitspraken worden gedaan over efficiency en effectiviteit. Kortom een zeer interessant instrument om rijders efficiënter en effectiever mee te laten rijden.

Na de lunch zou Brigt Rykkje ons iets vertellen over wat hij van verschillende trainers heeft geleerd, maar ook welke fouten hij zelf heeft gemaakt als trainer van zichzelf. Helaas was Brigt ziek en kon hij niet naar Ankeveen komen. De dagvoorzitter had echter een zeer goede vervanger gevonden in de persoon van Coen Wesselman. Coen vertelde over zijn ontwikkeling als schaatser en zijn ervaringen met het elk jaar weer opnieuw beginnen met een nieuwe trainer en zijn jaren als eigen trainer. Aan de orde kwamen onderwerpen als individueel, gevarieerd, interactie en communicatie en de stelling dat trainers vaak te soft zijn; wat een sporter gedaan heeft wordt doorgaans hoger gewaardeerd dan het resultaat.

Print deze pagina