Bijscholing Lesgeven en didactiek voor herhaling vatbaar

Zaterdagmorgen 3 november: voor het eerst deze ochtend in deze herfst moesten de autoruiten ijsvrij gemaakt worden, de vingers werden koud onder het krabben en vlakbij Utrecht waren heidevelden en weilanden bedekt met rijp. Elf trainers waren, sommige al een uur, onderweg naar de Vechtsebanen voor de workshop “Lesgeven en didactiek”.

Wat deed deze ervaren trainers bewegen om weer terug te gaan naar de schoolbanken? Wat verwachtten ze van de workshop? Waarom naar deze bijscholing, ook al heeft diegene bijvoorbeeld al zo’n 25 jaar leservaring? Doet het niveau van een trainer er eigenlijk toe, heeft dat niveau invloed op de manier waarop iemand les lesgeeft?

De ochtend startte voortvarend en vol interactie. Pats, meteen, vanaf het begin! Alsof men allang gewend was aan elkaar en midden in de opleiding zat. De docent, Willem Jan Molleman, gebruikte zijn ervaring als docent KNSB door de vaart erin te houden, maar er was ook ontspanning en een goede sfeer waardoor iedereen zich gelijk op zijn gemak voelde. Hij liet de aandacht niet verslappen en daagde de trainers vaak uit door hen laten na te laten denken over hun manier van training geven, hun woordkeuze, hun positionering op de baan en over het nut van de oefening zelf.

Inhoudelijk was men niet terughoudend om diep over houdingscorrectie of materiaal te praten. Steeds een waarom dit en waarom dat, wat wil je hiermee bereiken en wat is het doel van, hoe kun je het beste…, etc. Zelden kwam het op een ‘ik zou het anders’, nooit ‘dit moet je niet doen’ of ‘het is helemaal niets’. Tja, je begint niet voor niets met het geven van een positieve feedback.

Het tweede gedeelte van de bijeenkomst was een uur praktijk op het ijs waar iedere trainer de gelegenheid had voor de groep te staan en een stuk training te geven rondom het thema FUNdament uit het MJOP (Meerjarenopleidingsplan) van de KNSB. Terug in de zaal gaven de trainers feedback aan elkaar (samen met de docent).

Je moet het maar durven om in de spiegel naar jezelf te kijken en zo op zoek te blijven naar vernieuwing. Maar het was ook heel interessant om als trainers onder elkaar eens te praten over verschillende trainingsvormen, het (her)ontdekken ervan, accenten en nuances over zichzelf waar te nemen waar ze zich misschien eerder niet bewust van waren en te reflecteren over het lesgeven in het algemeen.

Kortom, terug naar de basis om tot de ontdekking te komen van wat jou gemotiveerd heeft om als trainer te beginnen. Het plezier van schaatstraining komt het beste naar boven bij een trainer die uitstraalt en die bezig is zijn groep en ieder individu steeds verder te brengen in het schaatsen. Dan is het (weer) leren ‘lesgeven’, wat de kern was van de bijeenkomst, niet een kwestie van durven, nee… het is FUN!

Conclusie onder de deelnemers was dat het een nuttige en interessante ochtend was. Zij bevelen het iedereen aan deze bijscholing te volgen mocht deze nogmaals plaatsvinden.

Reacties zijn gesloten.