Masterclass Start: prikkelen en laten ervaren

Voor het eerst sinds lange tijd hadden we weer eens een masterclass in Utrecht! Deze keer over de “Start en 100m versnellen in al zijn aspecten” onder leiding van Jurre Trouw.

Ruim vier uur was er voor gereserveerd, maar de tijd was nog altijd niet voldoende om alles te bespreken!

Hoe de Masterclass begon… Alle punten van aandacht en vragen van twintig trainers kwamen op de flipover als reminder voor Jurre en tevens als een leidraad voor de masterclass. De interactieve toon en bedoeling van deze bijscholing was gelijk een feit, de onderlinge discussies die er volgden, zochten mooi de diepte in. Jurre nam de zaal mee in zijn gedachtengang rondom de start, door de aanwezigen te prikkelen met vragen, en door tegen een paar heilige huisje aan te trappen (zie verder positie been, overgang bestaat niet, kracht tijdens eerste stap). Een greep uit de lijst op de flipover: 3-puntsstart, orthodoxe start, mentale en fysieke spanning, techniek van afzet, prikkelfrequentie en methode, training individu, armbeweging, ademhaling, sleepstart enz. enz. De discussie was gestart!

Doel van Jurre: het vergroten van de kennis rondom de start, het aanreiken van handvatten om aan de start te werken en het begrijpen van wat een schaatser ervaart bij een start. Er was een half uur praktijk op het ijs gereserveerd voor dit laatste onderdeel: jezelf positioneren en wegduwen, LZP meer naar achteren of meer naar voren, kort of breed staan met je schaatsen en tenslotte dr. Bibber spelen bij een volledige start.

Veel is bekend over afzet op het rechte einde en over het bochtenlopen, weinig over de start: volgens Jurre een ondergeschoven kind. Meer meten is dan meer weten. Wat meten we eigenlijk? Want, is de openingstijd van een schaats(t)er van belang of zijn/haar snelheid op 100mt? Jurre liet aan de hand van een grafiek zien hoe de snelheidsontwikkeling meer zegt over winnen dan een openingstijd.

“Mr. Usain Bolt” werd in de snelheidsgrafieken als voorbeeld gebruikt over de acceleratie en zijn snelheid, en om de flightfase te illustreren waarin je niet kunt versnellen: immers geen contact (met het ijs) betekent geen druk dus geen acceleratiemogelijkheid, je kan niet versnellen ‘in de lucht’.

Na dik drie kwartier toonde Jurre de foto van Shimizu met zijn onorthodoxe ‘dwars op de rijrichting start’. Hij ging verder over de vrijheidsgraden en illustreerde hoe deze op de fiets minder zijn en dus in het voordeel van krachtoverdracht (Jurre trapte in de lucht op een imaginaire fiets zittende op de tafel) dan op de schaatsen. En toch doet Shimizu het anders, hij heeft zeker een plan of is het een geloof? Kijk naar zijn ogen, zijn abnormale diepe zit…

En verder: welk been zet je voor tijdens de klassieke resp. de 3-puntsstart? Eerst een zijstap naar “welk been dominant” is. Dominant staat hier voor actie-, voorkeurs-, je eerste been bij een opstap, bij het trappen van een bal. Waar de kracht vandaan komt bij de eerste afzet bepaalt welk been voorstaat: dus in de klassieke start zet je je dominante been vóór en bij een 3-punt start achter! Ga dat na.

De efficiëntie van de start is afhankelijk van de krachten in de ruimte, de reductie van compensatie en de kortste weg die je aflegt en van het geloof in je eigen start.

Kortom, volop stof om over verder te discussiëren. Dat gaat dan ook gebeuren. Er komt een vervolg… Hou de planning in de gaten!

Reacties zijn gesloten.