Bijeenkomst puberbrein: “Het zijn geen aliens, maar het komt in de buurt”

In de Elfstedenlounge van het Thialf stadion waren op dinsdagavond 17 september maar liefst 62 (toekomstige) trainers aanwezig om meer te leren over het puberbrein. Het bleek een zeer interessante avond.

Benader pubers met empathie en begrip
Dr. P.A. (Auke) Wiegersma startte met de opmerking “Het zijn geen aliens, maar het komt in de buurt”. Het brein van pubers of ‘adolescenten’ (leeftijd 10 – 24 jaar) is met 20130917_191350heel andere dingen bezig en heeft een eigen denkwereld. Essentieel is dat we adolescenten met empathie en begrip benaderen.

Adolescenten zijn heel goed in staat om rationele beslissingen te nemen, maar het beloningssysteem is veel beter ontwikkeld dan het inzicht in de lange-termijn-gevolgen. Zij hebben dan ook andere afwegingen dan volwassenen. Verder is beïnvloeding vanuit de ‘peer group’ (vriendengroep) groot. Dit alles is van invloed op de keuzes die zij maken. Auke Wiegersma gaf met voorbeelden uit de gezondheidzorg (roken, alcohol) aan dat iets afschrikwekkend maken bij adolescenten niet werkt. Zij maken de afweging “dat gaat mij niet overkomen”. Daarom zal een puber ook eerder een uitdaging aangaan, iets doen wat wij als gevaarlijk bestempelen.

Een van de eye openers was, dat adolescenten heel slecht zijn in het lezen van de gezichtsuitdrukking van een ander. Zij zien niet dat het gezicht van jou als trainer op onweer staat, je zult het hen moeten vertellen. Een ander opmerkelijk feit dat Wiegersma noemde, was dat veel adolescenten afhaken als competitie het belangrijkste is binnen de trainingsgroep of vereniging. Er is dan te veel druk, te vaak zijn ze niet de beste en zij spiegelen zichzelf altijd aan de topper (niet alleen in de groep, maar de beste van de wereld), waardoor zij stoppen met wedstrijdsport.

Plan geen training ’s morgens vroeg
Na de pauze ging dhr. Loohuis meer in op de preventiekant. Wat kunnen wij als trainers doen, zodat het voor de puber leuk is en hij blijft sport20130917_211158en. In de eerste plaats: goede argumenten werken, geef de feiten, kom tot de kern van het probleem, maar los het niet op de voor de puber. Laat hem zelf met de oplossing komen. Verder ligt het ritme van een puber twee uur later, volgens Loohuis heeft het dus geen zin om ’s ochtends vroeg een training te plannen. Daarnaast is het belangrijk om duidelijke grenzen te stellen, leg uit waarom, hou je daaraan en geef pubers de ruimte om hun eigen oplossing te zoeken.

Het Regiobijeenkomst_Puberbrein03werkt motiverend voor trainer en sporter om een goede onderlinge persoonlijke band te hebben; je moet als trainer hoop kunnen geven, de sporter zijn eigen kwaliteiten laten ontwikkelen, niet alleen focussen op prestaties. Bied ook alternatieven die aansluiten bij de sporter. Kortom, spreek de intrinsieke motivatie van de sporter aan. Wat maakt hem gelukkig. Daarbij is belangrijk:

  1. Autonomie: de puber moet het gevoel hebben dat hij zelf beslist.
  2. Ergens bijhoren: zonder trainingsmaatje wordt hij niet gelukkig.
  3. Doen waar hij goed in is (zinvolle activiteiten), maar wat hem anders maakt dan anderen.

Loohuis gaf aan dat je losse, kleine een-op-een-gesprekjes kunt voeren waarbij je de volgende vragen aan de orde laat komen:

  1. Doelstellingen: wat wil je bereiken, waar word je gelukkig van?
  2. Continueringsvragen: wat wil je zeker niet veranderen? Waar ben je tevreden over?
  3. Krachtbronvragen: Waar ben je goed in? Hoe kun je waar je goed bent inzetten om waar je minder goed in bent te verbeteren?

Dit geeft je veel inzicht waar je in je trainingen gebruik van kunt maken.

Kortom, pubers of adolescenten zijn een aparte groep, het zijn geen kinderen en het zijn geen volwassenen, maar als je grenzen stelt, veiligheid biedt en hun zienswijze accepteert dan is het heel goed mogelijk om samen mooi jaar te hebben.

Reacties zijn gesloten.